Soera Al-Mutaffifien begint met een krachtige waarschuwing tegen bedrog en een oproep tot rechtschapenheid en rechtvaardigheid.
“Wee de Mutaffifien (degenen die anderen benadelen).
Zij die, wanneer zij van anderen nemen, hun volle recht opeisen,
maar wanneer zij voor anderen meten of wegen, (hen) tekortdoen.” (Koran, 83:1-3)
Al-Mutaffifien – zij die anderen benadelen
Veel commentatoren hebben de betekenis van tatfief (tekort doen) beperkt tot bedrog en afzetterij in de handel, alsof het alleen gaat over een specifieke commerciële overtreding. Maar wanneer we de structuur en context van de soera aandachtig bekijken, wordt duidelijk dat tatfief breder is dan alleen het sjoemelen met maat en gewicht. Het is een algemene menselijke houding van egoïsme waardoor het morele evenwicht tussen de mens en anderen verstoord raakt.
Hij meent dat hij overal recht op heeft
De mutaffif (degene die tekort doet) is niet slechts een oplichter, een fraudeur, een verkoper die de klant benadeelt of andersom een klant die de verkoper afknijpt. Het is eenieder die meent dat hij overal recht op heeft, die zijn eigen rechten goed kent en volledig opeist, maar die gierig is wanneer het om de rechten van anderen gaat. Het is de profiteur, manipulator, narcist die de weegschaal altijd in zijn eigen voordeel laat doorslaan: hij neemt meer dan hij geeft en verlangt van anderen wat hij nooit van zichzelf zou verlangen.
Daarom zeggen de verzen niet: “wanneer zij verkopen” of “wanneer zij kopen”, maar:
“Wanneer zij van de mensen nemen, eisen zij volledig hun recht op.”
Met andere woorden: wanneer zij iets in handen krijgen, nemen zij alles waar zij recht op menen te hebben — en soms nog meer.
En vervolgens: “Maar wanneer zij voor anderen meten of wegen, doen zij (hen) tekort.”
Dat wil zeggen: zodra het hun beurt is om te geven of recht te doen, benadelen zij de ander. Het gaat dus eerder om een innerlijke houding dan om een financiële handeling.

De Mutaffif laat de weegschaal altijd in zijn eigen voordeel doorslaan: hij verlangt van anderen wat hij nooit van zichzelf zou verlangen.
Sidjien en ‘Illiyyien
Direct na deze eerste verzen spreekt de soera over het lot van verdorven mensen:
“Nee! Het boek van de verdorvenen bevindt zich zeker in Sidjien (het diepste van de hel).” (Koran, 83:7)
Daartegenover stelt God een andere categorie, namelijk de rechtschapen mensen:
“Nee! Het boek van de rechtschapenen bevindt zich zeker in ‘Illiyyien. (een verheven plek)” (Koran, 83:18)
Hier valt iets belangrijks op: de soera noemt niet “de eerlijke mensen” of “de betrouwbare mensen” als tegenstelde van al-mutaffifien, maar al-abraar (de rechtschapen mensen).
Tatfief (het benadelen van anderen) is een vorm van morele verdorvenheid of goddeloosheid en rechtschapenheid is volgens de soera het tegengestelde ervan.
Al birr – rechtschapenheid
Van hieruit kunnen we tot een diepere betekenis van rechtschapenheid (birr) komen.
Mensen denken bij birr vaak aan deugdzaamheid, vroomheid, goedheid of liefdadigheid. Dat zijn op zichzelf juiste betekenissen, maar Soera Al-Mutaffifien opent een bredere deur naar het begrip ervan.
Als al- mutaffif degene is die zijn eigen rechten volledig opeist maar rechten van anderen veronachtzaamd, dan is al–barr (de rechtschapene) precies het tegenovergestelde:
De rechtschapene
De rechtschapene geeft anderen hun volledige recht.
Hij is mild tegenover zichzelf; hij vergeeft wanneer hij wraak zou kunnen nemen of wanneer hij in staat is zijn rechten op te eisen, en hij streeft naar rechtvaardigheid in plaats van persoonlijk gewin.
Zijn innerlijke weegschaal helt over naar barmhartigheid, integriteit en goedheid, terwijl de weegschaal van de mutaffif overhelt naar egoïsme, hebzucht en het profiteren van andermans goedheid of naïviteit).
Geven van waar je zelf aan gehecht bent
Vanuit dit perspectief begrijpen we ook Gods uitspraak:
“Jullie zullen de ware rechtschapenheid niet bereiken totdat jullie geven van datgene waar jullie van houden.” (Koran 3:92)
Want rechtschapenheid ontstaat niet wanneer je weggeeft wat je toch niet nodig hebt, maar wanneer je je eigen belang overstijgt en anderen geeft van waar je zelf aan gehecht bent.
En zo begrijpen we ook:
“Maar kwijtschelden/vergeven ligt dichter bij godsvrucht.” (Koran 2:237)
Iemand vergeven is een vorm van birr: vrijwillig afstand doen van een deel van je recht omwille van een hogere waarde.
Iemand tekort doen in het dagelijks leven
Wanneer we de soera op deze manier lezen, ontdekken we dat tatfief ook in het dagelijks leven aanwezig is.
- De echtgenoot die al zijn rechten van zijn vrouw opeist maar laks is waar het zijn eigen plichten aangaat, doet haar tekort.
- De echtgenote die al haar rechten opeist maar de rechten van haar partner negeert, doet hem tekort.
- De werknemer die zijn volledige salaris verwacht maar zijn werk niet naar behoren uitvoert, doet zijn werkgever tekort.
- De werkgever die loyaliteit van zijn werknemers verlangt maar ze hun rechten ontneemt, doet hen tekort.
- De wetenschapper die van anderen bewijs verlangt maar zijn eigen aannames niet kritisch onderzoekt, doet de wetenschap tekort.
- De politicus die integriteit eist van zijn tegenstanders maar de corruptie van zijn eigen kamp goedpraat, doet de samenleving tekort.
De uiterlijke en de innerlijke weegschaal
Maar waarom doet de mens anderen tekort? De soera antwoordt daarop met de woorden:
“Denken zij dan niet dat zij zullen worden opgewekt op een grote Dag?” (Koran, 83:4-5)
Het probleem ligt dus niet in de weegschaal zelf, maar in het bewustzijn, in hun mentaliteit.
De mutaffif gedraagt zich alsof hij nooit met de gevolgen van zijn daden geconfronteerd zal worden. Alsof hij kan nemen zonder te geven en alsof hij onrecht kan plegen zonder gestraft te worden en misbruik van anderen kan maken zonder dat hij er ter verantwoording geroepen wordt.
Maar de Koran verbindt gedrag met consequenties, daden met hun uiteindelijke uitkomst, en de uiterlijke weegschaal met de innerlijke weegschaal.
De innerlijke gevangenis
Daarom bevindt het boek van de verdorvenen zich in Sidjien.
Sidjien is niet slechts een plek diep in de hel, waar iemand vastgehouden en gestraft wordt. Zie het tevens als de innerlijke gevangenis die egoïsme veroorzaakt in de ziel.
Daarom zegt Allah ook:
“Nee! Wat zij plachten te doen heeft zelfs hun harten bedekt.” (Koran, 83:14)
Met het profiteren en benadelen van anderen, hebben ze hun eigen harten bedekt. Maar het effect treft niet alleen henzelf, maar ook anderen en daarmee de samenleving. Vandaar dat zo iemand de consequenties zal moeten dragen.

De Mutaffif is de profiteur, de manipulator, degene die zijn eigen rechten volledig opeist, maar die gierig is wanneer het om de rechten van anderen gaat
De verheven positie
De rechtschapenen daarentegen bevinden zich in ‘Illiyyien, een verheven plek. ‘Illiyyien is niet alleen een hemelse beloning. Zie het als de verheven positie die de mens bereikt wanneer hij zich bevrijdt van de slavernij van het ego en leeft volgens de maatstaf van rechtvaardigheid en goedheid.
Hoe meer rechtschapenheid de mens bezit, des te ruimer zijn horizon wordt en des te hoger zijn menselijke waardigheid stijgt. En hoe meer hij tekort doet, des te benauwder zijn ziel wordt — nog voordat het leven hem benauwt.
Een vraag aan jou
Soera Al-Mutaffifien gaat dus niet alleen over de uiterlijke weegschaal van de handel, maar over de innerlijke weegschaal van de mens. Zij nodigt ons uit om onze omgang met anderen te herzien en stelt ieder van ons een eenvoudige maar diepgaande vraag:
Neigt jouw weegschaal altijd in jouw voordeel, of helt hij over naar rechtvaardigheid?














